Drie maatregelen die op hout niet het verwachte effect hebben
Een dunne ondervloer haalt op hout zijn opgegeven waarde niet. Een elastische ondervloer die op een stijve betonvloer 18 dB contactgeluidsverbetering levert, komt op een houten balklaag vaak niet verder dan 8 tot 10 dB. De balklaag veert mee, waardoor de ondervloer minder effectief ontkoppelt. Akoestische productwaarden op de verpakking zijn doorgaans op beton gemeten en zijn bij hout niet zonder meer bruikbaar als ontwerpwaarde.
Een voorzetwand op het houtskelet werkt averechts wanneer hij vastzit aan de constructie. Bij betonbouw wordt een voorzetwand op vrijdragend regelwerk geplaatst, ontkoppeld van de constructie. Bij houtskeletbouw wordt het regelwerk regelmatig direct op de houten stijlen bevestigd. Hout draagt trillingen zeer efficiënt over, waardoor de voorzetwand geen akoestische schil meer is en soms zelfs als versterker werkt. Gemeten effect: een verbetering van 3 dB in plaats van de beoogde 12 tot 15 dB.
Een plafond opgehangen aan de balken lost het probleem evenmin op. Een verlaagd plafond dat aan de houten balklaag hangt, beweegt mee met de vloer erboven en reproduceert de trillingen in plaats van ze te dempen. Elk ophangpunt vormt een geluidsbrug.
Wat wel werkt bij houtbouw
Massa toevoegen is de effectiefste maatregel, omdat daarmee het massaverschil met beton wordt gecompenseerd. Een droog opgebouwde dekvloer van cementgebonden vezelplaat, 2 tot 3 lagen en 40 tot 60 kg per vierkante meter, op een veerkrachtige tussenlaag levert 8 tot 14 dB contactgeluidsverbetering op een houten balklaag. Bij historische balklagen kan een zandbed tussen de balken van 80 tot 120 kg per vierkante meter de massa verdubbelen en de geluidsisolatie met 6 tot 10 dB verbeteren, mits de balklaag dit gewicht draagt. Naast zand wordt ook leem of stampleem toegepast, met vergelijkbare akoestische voordelen en extra thermische en vochtregulerende eigenschappen.
De vloer ontkoppelen van de draagconstructie is de tweede route. Bij CLT-vloeren werken veerkrachtige opleggingen, zoals elastomeren of Sylomer-stroken, op de contactpunten tussen vloer en wand goed. De vloer rust dan op de demper in plaats van direct op de wand. Effect: 4 tot 8 dB reductie van de flankerende overdracht. Dit moet in het ontwerp zitten, niet als aanpassing achteraf in de uitvoering.
Het plafond vrijdragend uitvoeren is de maatregel die per euro het meeste oplevert. Een plafond op eigen regelwerk, ontkoppeld van de balklaag erboven, met minerale wol in de spouw en zonder een enkel ophangpunt aan de balken, geeft 8 tot 15 dB verbetering op contactgeluid. De grootste winst zit in de lage frequenties, waar houtbouw het meest kwetsbaar is. Dit is doorgaans de maatregel met het hoogste rendement per geïnvesteerde euro.
Tot slot moet de flankerende overdracht worden beperkt. Bij houtskeletbouw loopt geluid via de wand-vloer-knooppunten door de constructie. Ontkoppelingen ter plaatse van de woningscheiding, zoals elastische stroken en onderbroken regelwerk, beperken deze weg. Zonder die maatregel haalt zelfs de beste vloer zijn berekende waarde niet, omdat het geluid eromheen loopt.